
De fabel van Bruno de Beer (1)
Er was eens een beer die door het bos ging onder de naam Bruno de Beer. Hij had een ronde buik, een luide stem en een nog grotere overtuiging dat hij altijd gelijk had. Terwijl de andere dieren hun best deden het bos prettig te houden, liep Bruno rond met een grijns die al onheil voorspelde.
Wanneer de mieren een nieuwe brug bouwden, bromde Bruno: “Dat stort vast morgen alweer in.” Wanneer de vogels een lied oefenden, snoof hij: “Vals. Alles vals.” En wanneer de bevers een dam repareerden, zei hij: “Waarom doen jullie überhaupt moeite.”
Bruno vond het heerlijk. Hij voelde zich machtig wanneer hij anderen onzeker maakte. Hij geloofde heilig dat zijn eigen oordeel het enige juiste was — en dat oplossingen bedenken iets was voor dieren die niet slim genoeg waren om problemen te zien.
Maar op een dag kwam er een storm. De rivier steeg, de wind gierde, en de dam van de bevers begon te kraken. Alle dieren renden samen om te helpen. Allemaal… behalve Bruno.
Hij stond op een heuvel en riep: “Zie je wel! Ik zei toch dat het mis zou gaan!” Maar niemand luisterde. Ze waren te druk bezig met samenwerken.
Toen de dam uiteindelijk standhield, uitgeput maar gered door teamwork, keek Bruno verbaasd toe. De dieren kwamen langs hem gelopen, modderig maar trots. De uil zei rustig: “Wie alleen maar wijst, bouwt nooit iets op.”
En voor het eerst voelde Bruno zijn buik een beetje krimpen. Niet van honger, maar van twijfel. Want terwijl hij alleen stond, zag hij hoe de anderen samen iets hadden bereikt wat hij onmogelijk had geacht.
Moraal: Wie alleen kritiek zaait, oogst een leeg bos.